OTTO Media

24 jun 2019
Frank-van-Gool2.1

Topman OTTO pleit voor aanpak misstanden arbeids- en huisvestingsmarkt

Categorie: Nieuws, Persberichten

OTTO Work Force wil dat de overheid de misstanden aan de onderkant van de uitzendmarkt aanpakt. Ze pleit voor de herinvoering van de uitzendvergunning en voor een stringenter beleid voor de huisvesting van arbeidsmigranten.

Sinds het afschaffen van de uitzendvergunning in 1998 is er aan de onderkant van de uitzendmarkt een wildgroei ontstaan. Nederland telt inmiddels 14.200 uitzendbedrijven, een groei van ruim 10.000 sinds 1998. Dat leidt tot misstanden als onderbetaling, concurrentievervalsing en belastingontwijking omdat het merendeel niet NEN -gecertificeerd is. Ook op het gebied van huisvesting van arbeidsmigranten is nog teveel mis. OTTO pleit voor jaarlijkse keuringen van alle panden waar arbeidsmigranten wonen en het verplichtstellen van het SNF keurmerk van de Stichting Normering Flexwonen.

OTTO Work Force wil de huisvestingsbranche voor arbeidsmigranten naar een hoger niveau tillen. Dat is noodzakelijk om aantrekkelijk blijven voor arbeidsmigranten. De arbeidsmigrant is, en zal in de toekomst, immers keihard nodig zijn om in Nederland het huidige welvaartsniveau in stand te kunnen houden.

Herinvoering uitzendvergunning
De eerste stap om de misstanden in de uitzendbranche aan te pakken is de herinvoering van de uitzendvergunning. De vergunning is in 1998 in Nederland afgeschaft. Er was destijds gebrek aan controle en de overtuiging was dat de branche beter zichzelf zou kunnen reguleren.

Zelfregulering is mislukt
Na ruim twintig jaar moeten we constateren dat de zelfregulering is mislukt. Weliswaar zorgen de vooral georganiseerde uitzendorganisaties (lid van ABU en NBBU) ervoor dat een groot deel van de branche adequaat functioneert, maar aan de onderkant van de markt is teveel mis. Er is een wildgroei ontstaan, waar uitbuiting en andere misstanden aan de orde van de dag zijn. Dat is maatschappelijk onaanvaardbaar. Uitzendkrachten zijn meestal kwetsbare werknemers en zij verdienen correcte beloning en een goede behandeling. Onderbetaling leidt tot ook concurrentievervalsing en het gebrek aan controle laat ruimte voor vermoedelijk grootschalige belastingontwijking. OTTO is voorstander van een gelijk en gecontroleerd speelveld voor iedereen. Veelzeggend is dat het afschaffen van de uitzendvergunning geen navolging heeft gekregen in de rest van Europa. Nederland is het enig land in Europa waar geen uitzendvergunning vereist is.

Criteria herinvoering
Daarom pleit OTTO voor de herinvoering van de uitzendvergunning ingaande 1 januari 2021 gebaseerd op de volgende 3 criteria :
1. Basis moet de huidige NEN 4400 certificering zijn, waarbij de geaccrediteerde partijen de controles kunnen blijven doen zodat de inspectie van SZW geen extra capaciteit hoeft in te zetten.
Van de 14.200 uitzendbedrijven zijn momenteel slechts 4663 (2018) bedrijven NEN gecertificeerd waaronder in ieder geval alle leden van de ABU en de NBBU . De bijna 10.000 niet NEN -gecertificeerde bedrijven krijgen tot 1 januari 2021 de tijd om zich te certificeren. Inleners die daarna toch gebruik maken van uitzendbedrijven zonder vergunning worden beboet voor elke inleenkracht die wordt tewerkgesteld.
2. Elke vergunningshouder zal, naar Belgisch voorbeeld, een deposito bij de overheid moeten storten van € 100.000,- waarop aanspraak gedaan kan worden indien een vergunninghouder niet meer aan haar loondoorbetaling – of belastingverplichtingen kan voldoen. Ter info: België heeft maar 1.700 uitzendbedrijven in vergelijking met de 14.200 van Nederland
3. Een certificaat van bekwaamheid van de uitzender is een vereiste voor de verkrijging van de uitzendvergunning. Gezien de steeds groter wordende complexiteit van uitzenden en detacheren en het feit dat in de sector veelal gewerkt wordt met de meest kwetsbare groep mensen van de arbeidsmarkt is kennis van wet- en regelgeving een absoluut vereiste.
OTTO is ervan overtuigd dat alleen op deze manier de onderkant van de uitzendmarkt kan worden aangepakt en verdere margedruk in de sector kan worden voorkomen. Verder pleit OTTO voor afspraken met werkgevers dat arbeidsmigranten die in het buitenland geworven worden gedurende hun contractperiode een gemiddeld garantieloon krijgen van € 302,- (gebaseerd op 32 uur x WML uurloon van € 9,44) per week over de overeengekomen contractperiode.

Misstanden bij huisvesting arbeidsmigranten
De tweede stap om de misstanden aan de onderkant van de branche tegen te gaan is een transparanter beleid ten aanzien van het huisvesten van arbeidsmigranten. Ondanks de Nationale Intentieverklaring die in 2011 op breed niveau is ondertekend om extra aandacht te geven aan arbeidsmigrantenhuisvesting zien we nog te veel onwenselijke situaties. Het is voor de overheid nog steeds niet inzichtelijk waar de arbeidsmigranten wonen, maar ook onder welke condities (prijs / kwaliteit ) de arbeidsmigranten wonen. Zowel in de media als ook door inspecties worden teveel slechte voorbeelden geconstateerd die een negatieve weerslag hebben op onze reputatie als potentieel arbeidsmigratieland. Omdat dit onze economie en daarmee ook onze welvaart in de toekomst geen goed doet, moet er een transparanter en stringenter beleid moeten komen voor de huisvesting arbeidsmigranten.

Arbeidsmigrant verdient goede slaapplek Het huidige keurmerk van de Stichting Normering Flexwonen (SNF) moet hierin een belangrijke rol spelen door de volgende aanpassingen:

1. Het SNF keurmerk wordt als minimum vereiste ingevoerd door alle gemeenten voor het toestaan van arbeidsmigrantenhuisvesting, dus voor alle verhuurders en werkgevers, en dus niet alleen voor ABU- of NBBU leden zoals nu het geval is.
2. Elk pand (huis, hotel of andere locatie) voor huisvesting van arbeidsmigranten wordt door SNF jaarlijks gecontroleerd (vergelijkbaar met de APK-keuring). Deze certificeringskosten zijn voor rekening van de verhuurder.
3/3
3. SNF classificeert alle panden door middel van 1 tot 5 sterren (vergelijkbaar met de hotel-classificatie). Aan deze sterren-classificatie wordt een maximaal huurbedrag voor de arbeidsmigrant gekoppeld.
4. In elk pand wordt zichtbaar het SNF certificaat opgevangen met daarop minimaal vermeld de keuringsdatum, maximaal aantal bewoners, aantal sterren en maximaal huurbedrag. Ook wordt daarop de contact gegevens vermeldt van de SNF-klachtenlijn.
5. Toekomstige bewoners worden van tevoren geïnformeerd over het pand waar ze gaan wonen. De sterren-classificatie en huurcondities zijn daar een onderdeel van.
6. SNF houdt een openbaar register bij van alle SNF gecertificeerde huisvesting zodat instanties direct inzicht hebben in de gecertificeerde locaties / objecten.
7. SNF heeft een klachtenlijn. Bij klachten over SNF-gecertificeerde objecten kan SNF direct onaangekondigde controles doen. Mochten er klachten komen over niet gecertificeerde objecten kan SNF dit direct doorgeven aan de verantwoordelijke overheidsinstanties om te kunnen handhaven.
8. Het SNF keurmerk wordt uitgebreid met sociale componenten zoals informatievoorziening, verantwoordelijkheid voor de directe leefomgeving (denk hierbij aan zwerfvuil) en contact met de omgeving